Het begint in Friesland. Een onrustige jeugd, ADHD, van school gestuurd. Speed en XTC op mijn zeventiende, en dealen. Later kwamen een vaste baan, een koopwoning en het vaderschap. Aan de buitenkant leek het te kloppen.
Daarachter groeide een dubbel leven. Vier jaar dagelijks cocaïne- en alcoholgebruik: een krat bier per dag, grammen coke. Een garagebox werd een schuilplaats. Mijn rijbewijs, baan en huis verdwenen. Een bus belandde ondersteboven in de sloot. Mijn familie kwam tussenbeide. Een jaar lang zag ik mijn zoon niet.
De ommekeer kwam via een stichting van ervaringsdeskundigen, gevolgd door dertig dagen kliniek. Maar clean worden bleek iets anders dan herstellen. Zonder verdoving moest ik opnieuw leren leven. Met de voedselbank, een sponsor en kleine stappen. Langzaam kreeg ik mijn kinderen en familie terug en ging ik weer aan het werk.
De weg naar zelfliefde is mijn persoonlijke verhaal. Eerlijk en rauw, met ruimte voor humor. Over leren voelen en praten, over vaderschap en jezelf leren kennen. Het boek eindigt met een brief aan mezelf.
“Drugs waren niet mijn probleem. Ik was het probleem geworden. En de drugs waren mijn oplossing.”
Wiebe, terugkijkend op zijn eigen leven.